Maar niet heus. Sinds ik EMDR heb gehad droom ik niet meer dat
mijn lieve oude gewelddadige vadertje achter me aanzit. Dat scheelt enorm. Maar
sinds ik Bètablokkers gebruik droom ik weer heel andere dingen. Die slik ik
omdat mijn koen jongenshartje lichtelijk versleten is. Van een vriend hoorde ik
dat dit een bijwerking van die dingen is, maar helaas heb ik ze nodig.
Vroeger werd ik wel wakker terwijl ik met mijn vuisten de muur
bewerkte, maar ik kon dat gevecht nooit winnen. Ik hoor van mijn vrouw dat ik
nog geregeld lig te schoppen. Gelukkig hebben we een groot bed. Als ik een
heftige nacht heb gehad ben ik overdag nog heel moe en ontdaan, helemaal als ik
me de droom herinner waar ik mee wakker werd.
Volgens een dromenspecialist die geïnterviewd werd in de podcast
van een heel uur NRC is dat bewegen niet normaal en duidt dat op een stoornis.
Nu weet ik al heel lang dat de bedrading in mijn hoofd enigszins in de war zit en
ik heb nog niemand gevonden die daar de knopen uit kan halen. Helaas ratelde de
man zo snel dat ik afhaakte, ik kon niet volgen wat hij allemaal te vertellen
had. Jammer.
Toen we in Slovenië waren kon ik me een beetje redden met
Servo-Kroatisch. Sloveens heeft immers dezelfde basis. Uiteindelijk zijn we
toch naar Italië gereisd, aangezien ik weer ging dromen over de burgeroorlog.
Niet leuk.
Dat dromen bedrog zijn, is gelul. Dromen zijn een spiegel van
je onderbewustzijn. Van je wensen, je trauma’s, andere opgedane pijn en
frustraties en heel soms herinneringen aan mooie gebeurtenissen. Daarom ga ik
nu een dutje doen.
© Lammert Voos

Reacties
Een reactie posten