Vorig weekend zat ik er stevig doorheen, mijn medicijnen waren weer veranderd en dat ging gepaard met een enorme somberheid. Ik overwoog serieus het bijltje erbij neer te gooien als schrijver bij gebrek aan aandacht in de media. Een mens vergeet snel. Zo was ik de paginagrote besprekingen van ouder werk in Trouw en de NRC vergeten. Ik was de keren vergeten dat ik in literaire programma’s te zien ben geweest op de televisie. Ook was ik de talrijke radio-interviews vergeten. Vergeten dat ik tot twee keer toe met paginagrote interviews in Vlaamse kranten en tijdschriften verscheen. Vergeten dat er een interview van meerdere pagina’s in de Volkskrant gestaan heeft. Ook vergeten dat onlangs Erik Dijkstra in een podcast over boeken over mijn laatste zei dat die tot de beste Nederlandstalige boeken van de laatste vijftig jaar behoorde. Wat ik dan wel onthoud zijn de zure en negatieve stukjes die over mijn werk in de media verschenen. Krenkingen slijten langzamer dan ...
Vanochtend las ik een artikel over kinderloze campings. Kennelijk ergeren mensen zich vreselijk aan de geluiden van spelende kinderen. Nu wonen wij tegenover een camping en ik vind het geluid van spelende kinderen juist leuk. En als er eens een ettertje tussen zit denk ik aan Maarten van Rossem die zei: Erger je niet aan vervelende kinderen, maar wees bij dat ze niet van jou zijn. Het past in een trend. Ik lees vaker zogenaamde problemen waar me de bek (excusez le mot) van verbazing openvalt. De mensen die naast een pannenkoekrestaurant met speeltuin gaan wonen en vervolgens gaan controleren of daar wel een vergunning voor is. Resultaat: de speeltuin moet dicht. Of die man die aangaf dat het nieuwe huis van zijn buren 23 cm (!) te hoog was en zich beklaagde bij de gemeente. Resultaat: Het dak moest er weer af. Ik weet nog dat we in Welsum woonden, waar twee grote kippenfokkers waren. Westerlingen gingen pal naast een van de schuren wonen en gingen vervolgens...