Ik heb samen met mijn vrouw een zogenaamde guilty pleasure: we kijken iedere avond naar een Amerikaanse ziekenhuisserie. Eén van de hoofdpersonen gaat naar Oost-Congo voor een organisatie die lijkt op Artsen zonder Grenzen. De dingen die hij daar meemaakt lijken erg op de verhalen die mijn Congolese cliënten in de jaren negentig hadden. Anarchie en ongebreidelde moordpartijen in een streek waar iedereen een potentiële moordenaar of verkrachter is. Ik kon er niet meer naar kijken. Ik had toentertijd genoeg van dat soort verhalen gehoord en kon er destijds al niet van slapen.
Omdat ik zo
verschrikkelijk nieuwsgierig ben, keek ik alvast op een plattegrond van de
stad. Ik wist nog precies waar alles was en ik zou blindelings de weg weten.
Maar tot mijn verbijstering lagen er campings waar destijds grote vluchtelingenkampen
waren geweest. Om maar een cliché te gebruiken: ik brak. Allerlei onderhuidse
en weggestopte gevoelens kwamen bovendrijven. Totale onmacht.
Ik heb slecht
geslapen, had weer nachtmerries en vandaag ben ik moe, chagrijnig en niet
vooruit te branden. We besloten maar niet richting Slovenië te gaan. Ik kan dat nog
steeds niet aan. Een mens gaat toch ook niet naar Auschwitz op vakantie. Ik in
ieder geval niet.
© Lammert Voos
Omarska: concentratiekamp van Servië waar vooral Bosniërs opgesloten zaten.
Reacties
Een reactie posten