Gisteren kreeg ik nog wat royalty’s van mijn oude uitgever. Er zat geen bericht bij. Meneer is namelijk boos op mij omdat ik naar een andere uitgever overstapte. Dat hij daar even bij vergat dat ik dat deed omdat hij consequent zijn afspraken niet nakwam, vergat hij voor het gemak even. Rancune.
Over rancune
gesproken. Zo heb je hier in het noorden een recensent die mij mijn relatieve succes
niet gunt. Hij schrijft steevast negatief over mij en een goede vriend vroeg
mij eens wat ik die man aangedaan had. Niets. Of het moet zijn dat ik niet
wilde meewerken aan een artikel op zijn website over de ruzie binnen
bovengenoemde uitgeverij. Het kan ook zijn dat het feit dat ik op tv en radio in diverse cultuurprogramma’s ben geweest en bij een gerenommeerde grote uitgever terecht
ben gekomen en hij niet, maakt dat hij jaloers is.
Meer rancune. Ik
heb een neef waar ik vroeger hecht bevriend mee was. Ik ging geregeld met hem
op wandelvakantie. Zo liepen we samen het Pieterpad. Maar de laatste jaren
begon hij zich vreemd te gedragen. Stuurde me rare appjes en hield er complottheorieën
op na. Hij heeft de vriendschap opgezegd. Hij wilde onze camper lenen
en dat kon niet. Die is namelijk niet verzekerd bij verhuur of uitlening.
Bovendien is hij van mijn vrouw, niet van mij. Deze argumenten waren tegen dovemans
oren gericht. Dat hij een huis van een miljoen bezit (hij schepte daarover op)
en hij een riant inkomen heeft en best een camper kon huren, deed niet ter
zake.
Wat hebben deze
mensen gemeen? Hun permanente ontevredenheid en zuurheid. Het is nooit goed,
het is nooit genoeg en ze zijn altijd gekrenkt. Ik ken dat wel, ik was er ook
niet altijd vrij van, maar kwam tot het besef dat je daarmee je eigen leven
vergalt.
Ik ben nog steeds
aan het opruimen en kwam allerlei foto’s tegen van mijn kinderen en
kleinkinderen, onze reizen, mijn echtgenote en besefte dat ik een bevoorrecht
mens ben. Ondanks de vroegere vernederingen door mijn ouders, ondanks het feit
dat ik van school geschopt werd, ondanks al mijn medische problemen, ondanks
het feit dat ik tijden nagenoeg in de goot lag, heb ik in alles wat ik gedaan heb een zekere mate
van succes gehad. Ook met het in de goot liggen.
Ik ben nu heel
tevreden met wat ik heb. Dat het grote succes uitblijft is niet echt
belangrijk, ik zou dat toch niet aankunnen. Ik voel geen rancune tegenover mijn
ouders (meer), door hen ben ik geworden wie ik ben en daar ben ik best tevreden
mee. Net zoals ik best tevreden ben met mijn leven, ondanks zekere beperkingen.
Dat is wat geluk behelst, denk ik: tevreden zijn.
© Lammert Voos
Reacties
Een reactie posten