Nee, dit gaat niet over geweld, misbruik of meer van die
onfrisse zaken. Het had gekund, maar dan sloeg de titel van dit epistel nergens
op, want in die dingen was ik helemaal niet zo erg. Ik bracht vooral mezelf veel schade toe. Het gaat over opruimen. Daar
was mijn pa niet van, wel van het verzamelen.
De laatste weken zijn we bezig met het opruimen van het huis
van mijn schoonmoeder, die naar een verpleeghuis is verhuisd na de zoveelste
val en botbreuk. Helemaal helder is ze ook niet meer. Twee jaar geleden had
mijn echtgenote het ouderlijk huis al ontruimd en de eerste grove schifting
gemaakt. In het bejaardenwoninkje waar schoonmoeke naar toe was verhuisd was
immers niet veel ruimte. Toch meer dan ons lief was, blijkt nu.
Wat blijft er over na een leven? Veel foto’s en prullaria die
andere mensen niets zeggen. Souvenirs uit een tijd die ze zich niet herinnert. Dozen
vol borduurwerkjes.
Ik vind dat confronterend. Er komt een tijd dat we zelf…enfin.
Dus ik toog zelf ook aan het opruimen van mijn werkkamer. Nog niet zo lang
geleden moest ik een aanloop nemen om erin te komen, maar ik heb al heel veel
troep naar de kringloop gebracht. Zelfs twee dozen met boeken en literaire
tijdschriften. Het was bijna heiligschennis.
Dat was de eerste ronde. Vandaag ben ik begonnen om de twee
kisten(!) met snoeren en snoertjes die ik eventueel nog kan gebruiken te
schiften en in een zak te stoppen om ook naar de kringloop te brengen. Ik hoor
het mijn pa zeggen. Hij had potten vol schroeven en schroefjes waar hij nooit
iets mee deed, maar oh wee, die mochten echt niet weg. Nooit geweten dat
snoeren en snoertjes ook confronterend kunnen zijn.
Nu heb ik een doos in de kamer gezet. Al die geprinte
manuscripten die daar liggen te beschimmelen. Niet letterlijk natuurlijk, maar
wat heb ik eraan? Alles staat op schijf. Veel is al gepubliceerd en hoef ik dus
ook niet te bewaren. Oud papier.
Nu maar hopen dat mijn dochters als ik dood ben me dankbaar
zijn voor dit opruimen, want er blijft nog genoeg prullaria over die een ander
niets zegt. Een Massaï strijdknots die ik meenam uit Tanzania. Het eerste zelf
gekochte boek van mijn vader over vissen. Mijn hengels. Dierenbeulerij, maar
een herinnering aan mijn opgroeien langs het water. De beldop van een Puch. Een
mini Obelix. Het boekenkastje dat Peen Marleen voor me maakte. Cadeautjes die mijn
dochters voor me maakten op de kleuterschool voor vaderdag. De aftandse gitaar die
ik kreeg van mijn inmiddels overleden vriend Wim. Een prachtige foto van Patti
Smith, gemaakt door mijn oude vriend Herman Nijhof, die inmiddels ook al niet
meer onder ons is. Een Swahili hoofddeksel dat ik kocht op de markt van
Mombassa. Een globe van mijn vader met landen daarop die allang niet meer
bestaan. Een schilderij van mijn oom de leeuwentemmer dat van mijn overleden moeder was. Het trouwboekje van mijn grootouders. En dan de ontelbare foto’s die ik nog
moet uitzoeken.
Getuigen van een leven. En op een dag is alles weg.
© Lammert Voos
Reacties
Een reactie posten