Doorgaan naar hoofdcontent

Futurisme in Twente, niksisme in de wereld.

Ik ben er nooit zeker van of ik de dingen wel goed begrijp en ik pretendeer ook niet dat ik veel weet of een goede smaak heb. Wel dat ik iets heb wat op een smaak lijkt. Ik weet wat ik mooi vind en wat niet. Ik heb een museumjaarkaart en ik zal hem gebruiken ook.

 Het valt Rijksmuseum Twenthe te prijzen dat ze het aandurfden een expositie te organiseren van kunst gebaseerd op het futuristisch manifest van 1909 van de Italiaanse dichter Filippo Tommaso Marinetti. Zijn werk valt immers niet los te zien van het fascisme van Mussolini en verheerlijkt het voeren van oorlog. Is het propaganda of kunst? Ik denk beide. Saillant detail: de eerste kunstenaars die het manifest aanhingen meldden zich aan als vrijwilligers in de eerste wereldoorlog en sneuvelden allemaal. En wie zegt dat ironie niet bestaat? Ik denk overigens dat Marinetti zelf nooit in een oorlog gezeten heeft, maar misschien heb ik het mis, hij bleef in ieder geval tot zijn dood aanhanger van Mussolini.

 Wie dat aanvankelijk ook was, was schrijver en oorlogscorrespondent Curzio Malaparte, hij deed zelfs mee met de mars op Rome door Mussolini en zijn fascisten. Hij viel echter uit de gratie en kwam geregeld in de problemen door zijn kritische opstelling. Hij was correspondent tijdens de inval door de Duitsers in Rusland en kende de oorlog door en door en schreef daar het bloedstollende boek Kaputt over. Hij schreef daarover zelf: "Kaputt is een vreselijk wreed en vrolijk boek. Zijn wrede vrolijkheid is de vreemdste ervaring die ik uit het schouwspel van Europa in de loop van deze oorlogsjaren heb opgedaan". Malaparte sympathiseerde later met het communisme en is naar verluidt de favoriete schrijver van Jan Cremer, die merkwaardig afwezig was in het museum. Ik begrijp dat niet. Maar goed, vandaar eveneens de associatie met Malaparte.

 Wat ik opvallend van de beeldtaal van de fascisten vind, is dat die zo veel lijkt op die van de Nazi’s en op de Agitprop van de Sovjets. Het is de beeldtaal van de apenrots, van de perfecte lichamen en hoofden, de beeldtaal van de fysiek perfecten, waarin geen ruimte is voor mensen die het minder getroffen hebben in het leven. Mensen met een vlekje zogezegd, of mensen die niet aan de ideaalbeelden voldoen.

Ik kan het niet helpen, ik ben een beetje een raar mannetje, maar ik moest ook denken aan de reclames op tv. Altijd stereotiep, mensen zijn fantastisch gebouwd, als uit marmer gehouwen, de rollenpatronen liggen vast. Als er iets moet worden gepromoot wat tropisch aandoet trekken we wat gekleurde medemensen uit de kast, vrouwen doen de was, mannen gaan naar de bouwmarkt, ondergoed is er alleen voor godenzonen en dochters, en ga zo maar door. Ik zal niet zeggen dat reclame fascistoïde is, maar denken doe ik het wel.

 





© Lammert Voos

  

Reacties

Populaire posts van deze blog

Hennie en zien peerd'n.

  © Lammert Voos

Verveling en Contemplatie

  Ik las een alleraardigst boek over verveling. Ik kreeg dat boek bij de presentatie van Ik ben Aizaak van Herman uit Amersfoort. Het is van Peter Toohey, hoogleraar klassieke talen aan de universiteit van Calgary en heet Verveling, een boeiende geschiedenis. Er bestaat zoiets als tijdelijke verveling, maar ook existentiële verveling, en dat laatste heeft veel raakvlakken met depressie. Hij maakt dat aanschouwelijk in een vloeiende stijl met veel voorbeelden uit de kunst, literatuur en kerkgeschiedenis. Het boek stamt al uit 2011, maar is nog best actueel. De afbeelding is een schilderij van Edward Hopper getiteld Kamers aan zee.   Dit schilderij symboliseert existentiële leegte volgens Toohey. Een ander boek waar ik me al een tijdlang doorheen probeer te worstelen heet Vita contemplativa en is van de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han. De inhoud van dit boek gaat me vaak boven de pet, maar wat ik er inmiddels wel uitgehaald heb en wat ik zelf ook al tijden denk, is da...

Zestien doden

    Altijd als we naar familie gaan rijden we over de snelweg A7 richting Heerenveen. We passeren dan eerst Marum en later Trimunt. Ik heb met ons ouderlijk gezin een blauwe maandag in Marum gewoond en ik neig te denken dat dit een hele gelukkige periode in mijn leven was. Het kan natuurlijk ook zijn dat ik de nare dingen gewoon vergeten ben, ik zat in de eerste klas van de lagere school toen wij daar vertrokken. Van de juf van die school kreeg ik een boek omdat ik zo goed kon lezen. Ik was verliefd op mijn buurmeisje Saskia die later naar Zutphen verhuisde. Raad eens hoe mijn vrouw heet?     Toeval.   Destijds was de spoorlijn Groningen- Drachten nog in gebruik en daar speelde ik vaak bij, ondanks verboden van mijn ouders. De lijn lag op loopafstand van ons huis. Bij het scheve kerkje stond een monument dat me enorm intrigeerde en pas later hoorde ik dat dit monument met de spoorlijn verbonden was. Het was een monument voor zestien doden.  ...